maandag 27 augustus 2007

Hans Kammerlander, een fenomeen uit Zuid tirol


Hans Kammerlander:

geboren 1956
Woont in Zuid-Tirol/Italië
Behoort tot de elite van de super-alpinisten, lid van het Sector No Limits team van extreem-sporters
Houder speed record basiskamp-top Everest 16 uur 40 minuten
Verkent de grenzen van het onmogelijke
Nieuwe project en ultieme droom: van de top van de K2 -de berg der bergen- naar het basiskamp skiën, de K2 geldt door zijn hoogte en steilheid als de moeilijkste berg ter wereld.

Beklimmingen

1983 Cho Oyu, 8202 m
1984 Hidden Peak (Gasherbrum I), 8068 m
1984 Gasherbrum II, 8035 m
1985 Dhaulagiri, 8172 m
1985 Annapurna, 8091 m
1986 Makalu, 8481 m
1986 Lhotse, 8516 m
1990 Nanga Parbat, 8125 m
1994 Broad Peak, 8048 m
1996 Shisha Pangma, 8012 m
1996 Mount Everest, 8844 m
1998 Kanchenjunga, 8586 m
2001 K2, 8611 m
In dit rijtje mist alleen de Manaslu, 8163 m.


Een bescheiden mens of Het sprookje van de kleine bergbeklimmer


Hans Kammerlander is in landen als Italië, Oostenrijk en Duitsland een beroemdheid. Op zijn conto staan de beklimmingen van 12 bergen hoger dan 8000 meter. Allemaal veroverd zonder gebruik te maken van zuurstofflessen. Van veel van deze toppen daalde hij af op ski's. Met de wereldberoemde Reinhold Messner vormt hij in de jaren tachtig een super duo. Een tandem van 's werelds twee sterkste expeditieklimmers. Samen met Messner beklimt hij de twee achtduizenders Gasherbrum I en Gasherbrum II in de Pakistaanse Karakoram. Achter elkaar, van top naar top, zonder gebruik te maken van tussenkampen of hoogtedragers. Reinhold Messner beschouwt dat later als het hoogtepunt in zijn klimcarrière. Onsterfelijk wordt Hans Kammerlander met zijn solobeklimming van de Mount Everest om er vervolgens weer vanaf te skiën. De redactie verwachte een beer van een vent te ontmoeten, een persoonlijkheid die zijn omgeving overheerst. Als we het café van het hotel inlopen zien we hem zitten. Klein, tanig. Met rustige ogen wacht hij onze eerste vraag af. Zijn antwoorden zijn nuchter. Hij straalt bescheidenheid uit. Het lijkt of hij al zoveel situaties heeft overleefd dat bescheidenheid zijn tweede natuur geworden is. Hans Kammerlander: de man die zijn extreme grenzen kent. Een alpinist die telkens weer op zijn ski's uit de 'zone des doods' ontsnapt. De natuur heeft hem gevormd tot een bescheiden mens.

De oorsprong van zijn bergverslaving is een jeugdervaring die hem uiteindelijk zou vormen tot één van 's werelds beste expeditieklimmers.
Hans Kammerlander : "Toen ik een jaar of acht was vroegen twee toeristen in het dal in Zuid-Tirol waar ik woonde naar het pad om op de berg achter ons dorp te komen. Ik vertelde ze het maar ik werd zelf ook nieuwsgierig naar de berg. Toen besloot ik om buiten zichtbereik van de twee toeristen mee omhoog te gaan. De school heb ik die dag niet gezien. Het was een dag vol geheimen en spanning. Ik wist toen niet dat ik een weg ingeslagen had die me stapje voor stapje verder zou voeren en die me uiteindelijk op de top van de Everest zou brengen. Het is in de loop der jaren een natuurlijke verslaving geworden. Om die wonderbaarlijke dag toen ik acht jaar was telkens opnieuw te beleven moest ik door de ervaring en routine die ik opdeed de lat steeds hoger leggen. Ik ging steeds hoger en extremer klimmen. Maar ik geloof dat mijn beklimming van de Everest niet een bijzonderder gebeurtenis voor mij was dan de beklimming van de berg bij mijn dorp toen ik acht jaar oud was."


Impossible?


De carrière van Kammerlander kenmerkt zich door de rode draad van de hoogste toppen in de Himalaya te beklimmen en ze weer af te skiën. Op die manier combineert hij twee hobbies die hem al in zijn jeugd fascineerden. Met zijn ski's daalt hij door de ijle lucht en over de steile ijsflanken vanonder meer de Makalu (8463 meter), Nanga Parbat (8126 meter) en Broad Peak (8051 meter) af. Met als kroonstuk dus de ski-afdaling van de Mount Everest in 1996. Hans Kammerlander: "De ski-afdaling van de Nanga Parbat was moeilijker dan die van de Mount Everest. De hellingshoek was veel steiler. Daarentegen was de beklimming lang niet zo inspannend als die van de Moun Everest. Er bestaat een hoogteverschil van meer dan 700 meter tussen beide toppen. Dat is een verschil tussen dag en nacht wanneer je zonder hulp van zuurstofflessen klimt. Als je eindelijk op de top van zulke hoge bergen staat ben je doodmoe. Ik moet mezelf dan overwinnen om aan de ski-afdaling te beginnen. Je bent uitgeput dus de concentratie en het reactievermogen zijn niet meer 100 procent aanwezig. Als je één keer valt heb je door de steilheid van de wand weinig overlevingskansen. Ik ben echter steeds op zoek naar echt avontuur. En echt avontuur zonder risico's zal er nooit zijn. Maar je moet altijd voorzichtig blijven binnen de grenzen van je ervaring. Achter je grens is er geen speelplaats meer. Voorzichtig maar ook positief denken is belangrijk."


Charlatans van de Everest

De weg van Hans Kammerlander verliep van de berg bij zijn dorp via de moeilijkste wanden van de Alpen naar de achtduizenders van de Himalaya. Die geleidelijke opbouw van ervaring lijkt tegenwoordig door veel expedities in de Himalaya, waarbij men zich als teamlid kan inkopen, overgeslagen te worden. Hans Kammerlander: "Ik organiseer als berggids ook zelf expedities voor klanten. Maar ik ga alleen maar naar de lagere bergen. Ik voer de expedities in een sportieve sfeer uit en verlang van de deelnemers een sportieve instelling. Nog niet voor al het geld in de wereld, nooit, zou ik mensen de Mount Everest willen verkopen. De sherpa's worden op zulke expedities opgejaagd als slaven. De commerciële expedities misbruiken eenvoudigweg de dragers. Het is een schandalige manier om de berg te overweldigen. De mensen die de Mount Everest in hun folder hebben staan zijn bijna allemaal charlatans. Het zijn klimmers van de tweede categorie. De eerste categorie organiseert niet zulke stommiteiten omdat ze veel te veel angst hebben voor de hoge bergen. De tweede categorie riskeert het. Ik ga met mijn klanten niet boven de 8000 meter uit. Ik kan vanaf een bepaalde hoogte niet meer goed functioneren voor mijn klanten omdat ik dan zelf ook moe ben. 65.000 dollar per deelnemer voor een Everest-beklimming… Bij mij gaat het licht dan uit! Ik ben er zeer tegen. En bovendien klimmen ze allemaal met zuurstofflessen. En een beklimming met zuurstof is geen echte beklimming. Je degradeert de berg en maakt hem eigenlijk duizend meter lager. Bovendien worden de bergen door het achterlaten van alle lege zuurstofflessen vervuild. Gebruik van zuurstof is doping op een berg. Ook de sherpa's worden op dergelijke expedities misbruikt door ze vaak als eersten gevarenzones in te sturen. Dat er een Nederlandse commerciële expeditie in 2000 naar de Mount Everest vertrekt vind ik waanzinnig! Men had toch moeten leren van Rob Hall en Scott Fischer (red. de Everest-tragedie in 1996 waarbij acht mensen van gegidste, commerciële expedities om het leven kwamen). Het is veel te gevaarlijk daar. De Mount Everest is een veel te grote berg voor gegidste commerciële expedities."



De dood


Tijdens zijn meer dan 2000 beklimmingen is Hans Kammerlander vaak geconfronteerd geweest met de dood. Uiteraard ook bij zijn beroemde beklimming en ski-afdaling van de Everest. Hans Kammerlander: "Ik wist bij mijn beklimming van de Everest dat ik op de verongelukte klimmers zou stuiten. Door te besluiten niet door te gaan help ik hen niet meer. Helpen of bergen is sowieso onmogelijk. Ik had zo vaak bij de bergreddingsdienst doden en zwaar gewonden gezien dat het me bij de Everest-beklimming hielp om m'n gevoelens uit te schakelen. Het zijn onaangename momenten dat is duidelijk. Ook was ik zo moe dat het ik het vinden van de doden niet zo dramatisch beleefde als het in de werkelijkheid buiten de zone des doods is."

Tactiek

De zone des doods… Boven de 8000 meter is de lucht zo ijl dat klimmers er maar relatief kort kunnen verblijven. De klimmer slaapwandelt er als het ware naar de top. Geteisterd door vermoeidheid moet hij of zij het lichaam omhoog dwingen. Hoestbuien veroorzaakt door de ijle en koude lucht kunnen gebroken ribben tot gevolg hebben. De geest neemt niet goed meer waar. Een kleine misstap betekent de dood. Bij slecht weer is die dood heel dicht nabij. Op elk moment kan hoogteziekte toeslaan. Het slachtoffer verdrinkt doordat z'n longen gevuld raken met vloeistof. Hoe wapent Hans Kammerlander zich tegen die mensvijandige 'alien' wereld? Hans Kammerlander: "Ik beklom de Mount Everest in een record tijd van 16 uur en 40 minuten vanuit het basiskamp. Dat kon ik doen omdat ik zonder bepakking klom. Ik had naast m'n klimspullen en ski's alleen een isolatiefles thee bij me. Bovendien had ik de week voor de Everest-beklimming al een lagere achtduizender, de Shisha Pangma, beklommen. Ik heb van te voren m'n tactiek afgestemd op tempo. Ik had goede sneeuwomstandigheden waardoor ik snel kon klimmen. Tactiek is de grote sleutel tot succes. Wij, extreem-alpinisten, zijn niet in de loop der jaren sneller geworden dan onze voorgangers. Je moet een zwakte van de berg zien te vinden en dan snel zijn. Niet zware lasten omhoog dragen maar juist zo kort mogelijk in de zone des doods verblijven. Maar ook moet je bij zo'n spel onmiddellijk omdraaien als het bijv. door lawinegevaar niet gaat. Sponsorbelangen tellen op dat moment niet voor mij. Ik ben dan psychisch helemaal onafhankelijk."


De absolute grens van het mogelijke


Met een indrukwekkende lijst aan beklimmingen, ondermeer 12 van de 14 achtduizenders, dacht de redactie dat Kammerlander in de race was om ze allemaal in zijn unieke stijl te beklimmen. "Nou neuh, niet echt." antwoordt Kammerlander of we het hebben over een simpele droomwens van de gemiddelde mens om ooit op de top van de Mont Blanc te staan. "De K2 (red. één na de hoogste berg ter wereld, 8616 meter) wil ik doen. Ik was deze lente op de K2 maar ik kwam met m'n ski's maar tot 6800 meter hoogte. Ik ben zonder ski's doorgeklommen maar 150 meter onder de top moest ik vanwege lawinegevaar omdraaien. Nu wil ik terug. De K2 is mijn laatste grote droom. Ik dacht dat die afdaling pas geschikt zou zijn voor een nieuwe generatie topklimmers. Maar ik denk dat ik een ski-afdalingsmogelijkheid heb ontdekt. Als me dat lukt, om met ski's van de top van de K2 af te dalen, ben ik de gelukkigste mens ter wereld. Dan heb ik de absolute grens bereikt van wat nu, binnen het alpinisme en skiën op grote hoogte, mogelijk is. Daarna ga ik eenvoudigere bergen opzoeken! En als ik zestig ben ga ik rustige bergwandelingen maken. En wie weet koop ik een pijp en drink daarbij gezellig een glas wijn. Kein Problem!"

Uit:www.xtreme.nl

'Oorlog over water? Ja, hier bij het Gardameer'



SIRMIONE - "Wij zijn minder belangrijk dan meloenen. Ons water wordt weggepompt voor die van beneden, we hebben er niets over te zeggen." Dat zegt Giordano Signori, wethouder van Financiën en Toerisme van Sirmione, de beroemdste badplaats van het Gardameer. Van een crisis is geen sprake, bezweert Signori.

Het plaatsje Sirmione, gelegen aan de zuidkant van het Gardameer waar het water blijft zakken. Het Gardameer trekt jaarlijks 20 miljoen toeristen, Sirmione krijgt er alleen al meer dan een miljoen. "Wij weten het hier te organiseren. Uit alle tests blijkt dat ons zwemwater nog goed is. Maar het gevecht is zwaar en niet eerlijk.". Op de uiterste punt van Sirmione is te zien wat er gaande is. Er wordt gezond op steigers die staan op wit kalksteen. Het meer is op sommige plaatsen honderd meter ver weg. Een wandeling naar de restanten van het Romeinse termencomplex van Catullo kan vandaag zonder natte voeten. Een Russische toerist fotografeert zijn vrouw in de avondzon ver uit de kust bij een koppel zwanen. Romantisch, maar het klopt niet.

De watermeter bij Peschiera, net als Sirmione aan de zuidzijde van het meer, staat op tien centimeter. Een record. De afgelopen weken is het niveau hier bijna een anderhalve meter gezakt.

Even verderop staat de boosdoener: de dam die de afvoer sluit naar de rivier de Mincio. Een grote kraan die wordt opengezet om een elektriciteitscentrale te voeden, maar vooral de landbouwgronden rond de Po, een rivier die momenteel laagterecords breekt.

De AIPO, het interregionale orgaan dat beslist over de in- en afvoer van het water van het Gardameer, kiest volgens iedereen hier steevast voor de landbouw. "Het is een lobby, die het geen donder uitmaakt wat er boven gebeurt", zegt wethouder Signori.

Klagende toeristen zijn er weinig. "We hebben altijd nog het zwembad", zegt een jonge Duitser. Niemand wil praten over afzeggingen.

De belangen lopen uiteen, zegt schrijver/journalist Tulio Ferri, die 27 boeken wijdde aan het meer. Garda is volgens hem een kunstmatig bassin geworden, met een kraan boven en beneden. "Boven leveren rivieren als de Sarca water uit de Alpen, maar daar ligt geen sneeuw meer. Er is uitgerekend wat er in en uit mag, maar dat is op basis van economische belangen." De natuur en het eco-systeem zijn volgens Ferro het kind van de rekening. Door de lage waterstanden planten vissen zich niet voort en verdwijnen broedgebieden van vogels.

Bron:Eelco van der Linden voor PZC

Tiroolse Boekweittaart




Ingrediënten:
200 g boter
200 g suiker
6 eieren
200 g boekweitmeel
200 g gehakte hazelnoten
3 grof geraspte appels
1 pakje bakpoeder
wat geraspte citroenschil

Boekweittaart

Roer de zachte boter met de helft van de suiker schuimig. Splits de eieren en voeg de 6 eierdooiers één voor één aan het mengsel toe. Doe het boekweitmeel, gehakte hazelnoten, geraspte appels, bakpoeder en de geraspte citroenschil erbij en kneed alles goed door elkaar. Sla de 6 eiwitten met de rest van de suiker stijf en schep dit voorzichtig door het beslag. Schep het beslag in een ingevette, met bloem bestoven springvorm (28 cm doorsnede) en bak de taart in een voorverwarmde oven op 180°C in ca. 40 minuten gaar. Laat de taart afkoelen en snijd hem horizontaal door, zodat u twee lagen krijgt. Besmeer de helften met cranberryjam en leg de helften weer op elkaar of serveer de taart met cranberryroom.

zondag 26 augustus 2007

Klimaatverandering en toerisme


Alpen: leuke wandelingen

De sneeuwgrens in de Alpen kruipt omhoog, zowat tien meter per decennium, de eerste sneeuw zal later vallen. Gedaan met jodelen bij een goed glas jenever. Onder de 1.200 meter zal de sneeuw niet meer permanent blijven liggen. Boven de lijn valt er 's winters meer sneeuw dan nu.
Het wordt drummen op de pieken. Nu al worden sneeuwkanonnen en kunstmatige sneeuw ingezet om de skiër zijn pretje te gunnen. Dan maar op zoek naar alternatieven, maar een fikse bergwandeling kan in combinatie met een gestegen temperatuur dodelijk zijn. Smeltende permafrost lanceert nogal wat rotsen en gruis naar beneden, met alle gevolgen van dien. 'Belg overlijdt in de Alpen ' duikt de komende decennia vaker op in de media. Geen slecht nieuws zonder goed nieuws: de Alpen zullen in de zomer heel wat meer volk trekken.

Driemaal meer berg- dan verkeersdoden in Tiroolse Alpen.



Steeds meer klimmers en bergwandelaars verongelukken in de bergen. 3 maal meer mensen sterven door bergongevallen dan door het verkeer. Vooral mannen zijn het slachtoffer.

In Oostenrijk komen elk jaar meer dan 350 mensen in de bergen om het leven. De helft daarvan in Tirol.
Karl Gabl de voorzitter van "Kuratoriums für alpine Sicherheit" maakte de statistieken bekend.

"85 procent van de slachtoffers zijn mannelijk en de helft ervan zijn wandelaars. Vooral hartaandoeningen komen veel voor. De oorzaak is veelal dat men de stress van het werk wil verwerken en vanaf de eerste dag er te hard tegenaan gaat."

De meeste verongelukten hebben overmatig materieel bij zich, meer dan meestal nodig. Aan de uitrusting ligt het bovendien niet, maar vooral aan onkunde en zelfoverschatting. Ook verkeerde interpretatie van verschafte informatie of het gewoon negeren van bijvoorbeeld de weerberichten zijn aanleiding tot vele bergongevallen.

Bron:ORF

zaterdag 25 augustus 2007

De eerste week van september rijdt door de Franse Alpen een opmerkelijk peloton fietsers.


Een groep waar de media niet massaal overheen valt, zoals bij de Tour de France, maar die eigenlijk zeker zoveel aandacht verdient.
Donderdag 30 augustus vertrekt namelijk op initiatief van de stichting USVA een groep van acht mensen met een beperking op een driewiel-ligfiets voor de zwaarste Alpen etappe van de Tour de France. Ze nemen de bergtoppen: Col d 'Ornon, Col de Croix de Fer, Glandon, Col de Telegraphe en Col de Galibier, om te eindigen op de top van de Alpe d'Huez op vrijdag 7 september.

Uit Raalte doen Truus Huisman (60 jaar) en Bram Harmsen (33 jaar) mee, beide zijn medewerkers bij USVA.

Truus heeft een dwarslaesie, in 1976 overgehouden aan een rugoperatie. Ze kwam vier jaar geleden met haar handbike voor onderhoud bij het bedrijf en vond daar meteen ook een werkplek voor twee dagen in de week. De georganiseerde tochten heeft ze vanaf de zijlijn gevolgd en ze vond het in eerste instantie doodeng toen het idee werd geopperd om een keer mee te doen.

Fietsen (ze legt de tocht op armkracht af) lijkt haar niet het grootste probleem, maar alles wat erbij komt. "Ik zie het fietsen nog maar als de helft van de prestatie. Ik pak dagelijks de handbike, denk ik niet meer bij na. Wel heb ik regelmatig geoefend op de Holterberg. Maar ik heb nog nooit in een tent geslapen en dat heb ik in juni een midweek gedaan. Ik ben al heel trots dat dat goed ging. Ook de algemene dagelijkse dingen moet je opnieuw ontdekken. Het is de bedoeling dat je zelf oplossingen bedenkt. Ik moet niet teveel weten, dat maakt me alleen maar zenuwachtig. Ik probeer er gewoon van te genieten.''

Het is de bedoeling dat elke dag een afstand van gemiddeld veertig kilometer wordt afgelegd. Willem Kamps van stichting USVA: "Ze zijn de hele dag bezig om zo'n berg te beklimmen. Soms rijden ze niet harder dan drie, vier kilometer per uur, maar met een driewieler kun je niet vallen. Verzet en tandwiel zijn zo gerealiseerd dat het bij een stijging van 20% fysiek nog rond te draaien is.''

Een maand voor de Olympische Spelen in Atlanta (1996), waar Bram als roeier aan deel zou nemen, kreeg hij een epileptische aanval en belandde daardoor in Utrecht in het water. Daar heeft hij ongeveer 20 tot 30 minuten gelegen. Het gevolg was een hersenbeschadiging.

Roeien heeft hij nooit meer gedaan, maar in 1997 deed hij al wel mee met de fietstocht Basel-Utrecht. Hij heeft intussen aan bijna alle grote tochten deelgenomen. Hij fietst vier keer in de week visa versa Raalte Dijkerhoek en maakte een trainingsweekend in Luxemburg mee. Voor Bram is de grootste uitdaging om overal de weg te vinden op de kampeerterreinen, want hij kan nauwelijks iets onthouden. "Ik zie er niet tegenop. Naar Dijkerhoek fietsen heb ik ook samen met begeleiding helemaal ingeprent in mijn geheugen. Als het er inzit, gaat het er niet meer uit.''

Bram voelt geen pijn, ook geen honger. Voor de begeleiding is dat een extra verantwoordelijkheid.

De deelnemers varieren in de leeftijd van 21 tot 64 jaar en komen uit heel Nederland.

Bron: Tonnie van der Sligte voor de Stentor

Geschiedenis van Südtirol


Zuid-Tirol (Duits: Südtirol, Italiaans: Alto Adige of Sudtirolo; Ladinisch: Südtirol) is het zuidelijke deel van de landstreek Tirol en tevens als Autonome provincie Bozen-Zuid-Tirol (Duits: Autonome Provinz Bozen-Südtirol, Italiaans: Provinzia autonoma di Bolzano-Alto Adige, Ladinisch: Provinzia Autonòma de Balsan-Südtirol) de meest noordelijke autonome provincie van Italië, onderdeel van de regio Trentino-Zuid-Tirol. Het gebied telt 476.000 inwoners op een oppervlakte van 7400 km². De hoofdstad van de provincie is Bozen.

Zuid-Tirol is drietalig: zowel het Duits, het Italiaans als het Ladinisch hebben een officiële status. Ladinisch wordt echter alleen gebruikt in de dalen waar deze Reto-Romaanse taal gesproken wordt. De bewegwijzering gebeurt hoofdzakelijk in het Duits en Italiaans.

De officiële afkorting voor de provincie is BZ, afgeleid van Bozen of Bolzano. Hoewel de officiële naam van de provincie Bozen-Zuid-Tirol luidt, wordt ze in het dagelijkse leven doorgaans Zuid-Tirol of de provincie Bozen (Bolzano) genoemd. De officiële Italiaanse benaming voor Zuid-Tirol is Alto Adige (lett. "Hoge Adige"). Deze naam ontstond begin 20e eeuw naar het voorbeeld van de Franse departementen en verwijst naar de gelijknamige rivier Adige (Duits: Etsch) die hier ontspringt. De oorspronkelijke Italiaanse naam is echter Sudtirolo, gebaseerd op de Duitse naam, welke tegenwoordig ook weer gebruikt wordt.

Tot 1918 maakte Zuid-Tirol, net als de huidige provincie Trente, integraal deel uit van de Oostenrijkse provincie Tirol. Het werd deel van Italië na de Eerste Wereldoorlog, toen Oostenrijk en Hongarije door hun verlies grote delen van hun grondgebied moesten afstaan.

In het (geheime) Pact van Londen (1915) werd vastgelegd dat Italië na afloop van de oorlog gebiedsuitbreiding zou krijgen als het zou overlopen naar de Entente. Het ging hierbij (onder andere) om het gebied van Trente en het hele zuiden van Tirol tot aan de 'natuurlijke geografische grens'.

De natuurlijke grens waarover werd gesproken was de waterscheiding van de Alpen. Het stroomgebied van de Etsch met al zijn zijrivieren zou bij Italië gevoegd worden. Het stroomgebied van de Inn met haar zijrivieren zou bij Oostenrijk blijven. Volgens de bepalingen in het Verdrag van Saint-Germain in 1919 werd dit plan doorgevoerd en kwam, na het trekken van bovengenoemde grens, een grote Duitstalige bevolking ineens in Italië te wonen. In tegenstelling tot het gebied rond Trente, dat pas sinds begin negentiende eeuw bij Oostenrijk was gekomen en haast volledig Italiaanstalig was gebleven (dit gebied werd daarom "Welsch-Tirol", Romaans-Tirol genoemd), was Zuid-Tirol namelijk altijd Oostenrijks geweest en had het een haast uitsluitend Duitstalige bevolking. Bij de volkstelling van 1910 was nog geen 3% van de bevolking Italiaanstalig.

Onder het fascistische bewind van Mussolini voerde Italië een onderdrukkende italianiseringspolitiek om het gebied volledig te assimileren. Vanaf 1923 werd het Duits uit het openbare leven verbannen en Duitse plaatsnamen werden vervangen door Italiaanse, aangedragen door de Italiaanse nationalist Ettore Tolomei. Ook werd een begin gemaakt met het Italianiseren van de Duitse achternamen. Door druk uit het buitenland stopte dit laatste proces echter na de namen beginnend met B. Tevens kwam er een grootschalige immigratie op gang van Italianen uit andere gebieden naar met name de steden, om de oorspronkelijke bevolking in aantal te overtreffen.

Het was de hoop van de Zuid-Tirolers dat Adolf Hitler het gebied zou terugeisen, maar die droom kwam niet uit. Als dank voor het accepteren van de annexatie van Oostenrijk (maart 1938, 'Duce, das werde ich ihnen nie vergessen'), sloten Hitler en Mussolini een akkoord, waardoor de Zuid-Tirolers voor de keuze werden geplaatst te emigreren naar het Duitse Rijk (Option) of de volledige assimilatie te ondergaan. Door druk en propaganda koos 86% voor vertrek. Een deel hiervan hoopte echter op uitstel of zelfs afstel, door de schadeloosstellingsprocedure voor de achter te laten bezittingen. Uiteindelijk vertokken ca. 75.000 naar gebieden in Duitsland en Oostenrijk. Hiervan keerde ca. 1/3 weer terug na 1945.

Italië probeerde ook na de Tweede Wereldoorlog nog het gebied onder controle te krijgen. In de in 1947 gesloten Vrede van Parijs werden de rechten van de Duitstaligen in Zuid-Tirol weliswaar verbeterd - tenminste op papier - door het bezegelen van de één jaar eerder gesloten overeenkomst tussen de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber en de Italiaanse premier Alcide De Gasperi. Doordat de afgesproken autonomie echter ging gelden voor de provincies Trente en Zuid-Tirol gezamenlijk (de regio Trentino-Zuid-Tirol, waar de Italiaanstaligen in de meerderheid zijn), bleven de Duitstaligen op bestuursvlak een minderheid. Afspraken overeengekomen in het autonomieverdrag werden niet omgezet in wetgeving en in gedrag van bestuurders.

De spanningen tussen de Zuid-Tirolers en de Italianen liepen hierdoor steeds verder op. In 1961 resulteerde dit in aanslagen van de radicale Befreiungsausschuss Südtirol op een standbeeld van Mussolini, het geboortehuis van Ettore Tolomei en, in twee zogenaamde Feuernachten, op een groot aantal elektriciteitsmasten. De Italiaanse politie en justitie traden vervolgens keihard op: vele activisten kregen lange gevangenisstraffen of werden gemarteld. Twee activisten stierven aan de gevolgen van de martelingen.

Onder druk van Oostenrijk en de internationale opinie werd Italië uiteindelijk gedwongen de autonomie te verschuiven van de regio Trentino-Zuid-Tirol naar de provincie Zuid-Tirol, zodat de Duitstaligen hun eigen beleid konden voeren. In 2001 is deze autonomie nog verder uitgebreid, waardoor het zwaartepunt van de autonomie nu volledig bij de provincie ligt. Ook de provincie Trente profiteert hiervan. De Italiaanstalige minderheid in Zuid-Tirol zag echter haar bevoorrechte positie verdwijnen en sinds de jaren zestig kozen velen er dan ook voor weer te vertrekken uit het gebied, waardoor het aandeel Italiaanstaligen geleidelijk afneemt. De Ladinische bevolking profiteert sinds de autonomie van de erkenning en ondersteuning voor haar taal en cultuur.

Desondanks pleit een grote groep Duits- en Ladinischtaligen voor afscheiding van Italië. Ook het gebruik van de verzonnen en na annexatie opgelegde Italiaanse plaatsnamen en de aanwezigheid van symbolen en namen die aan de annexatie herinneren ligt bij velen nog steeds gevoelig. Het veranderen van deze namen is een competentie van de provincie. Door de gevoeligheid van de materie heeft deze verandering lang op zich laten wachten. Sinds 2004 ligt er een wetsvoorstel waar nog steeds aan gewerkt wordt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen macro- en microtoponymie en resulteert erin dat van de 8200 toponiemen, er slechts 600-700 tweetalig blijven.

Bron:Klauwaert

hier volgt een patriottisch clipje van "vermaechtnis"