dinsdag 11 november 2008

Drie Belgen verbrand op Oostenrijkse après-ski


In Neustift, in het Oostenrijkse Tirol, zijn zondag drie Belgen gewond geraakt toen hun kleding vuur vatte op een après-ski party. Dat meldt de krant Tiroler Tageszeitung maandag op haar website.

De Belgen waren op een feestje in een hotelbar, waar tweehonderd anderen aanwezig waren. Er was een vuurspektakel voorzien, maar nadat de verantwoordelijke een mengeling van water en alcohol in een voor de show bestemde metalen constructie goot, ging het fout, aldus de krant.

Er volgde een explosie waarbij een steekvlam het publiek in ging. De kledij van drie Belgen vatte vuur. Twee (48 en 49 jaar oud) van hen zijn met zware brandwonden overgebracht naar het ziekenhuis, een derde (36) raakte lichtgewond en heeft brandwonden in het gezicht, schrijft de Tiroler Tageszeitung nog.

bron:De Standaard Online

vrijdag 3 oktober 2008

Schepen via tunnel door de Alpen


De Tirol-Adria Ltd in Londen heeft een plan ontwikkeld om de Donau te verbinden met de Adriatische Zee bij Venetië. Hiervoor moeten kanalen van Passau naar Venetië worden gegraven. Zo'n verbinding zou de autoweg over de Brennerpas kunnen ontlasten en milieuvriendelijker vervoer mogelijk maken.

De ‘trans-Alpine' vaarweg heeft een lengte van 700 kilometer. Het traject verloopt via de Inn, Adige, Gardasee, Mincio en de Po. In het plan komt een tunnel voor, een 78 kilometer lange tunnel tussen Innsbruck en Gargazon in Zuid-Tirol bestaande uit twee buizen met een doorsnede van veertien tot vijftien meter. De buizen lopen onder de Alpen door en monden op een hoogte van 550 meter boven de zeespiegel uit in het dal van de Adige.

Helemaal nieuw is het idee niet, schrijft weekblad Schuttevaer. In het midden van de negentiende eeuw waren er plannen vrachtschepen over de Bremmer te trekken. In de tweede helft van de negentiende eeuw verloor het goederentransport over water haar aantrekkingskracht. Spoorvervoer en later wegvervoer kwamen ervoor in de plaats.

bron:Nieuwsblad transport

Alpen kunnen niet meer zonder kunstsneeuw


De Alpenlanden zijn afhankelijk geworden van kunstsneeuw. Sinds de warme winter van 2006 staan er bijna overal sneeuwkanonnen op skipistes. Natuurlijke sneeuw wordt gezien als prettige aanvulling op kunstsneeuw, in plaats van andersom.

Sneeuw in de Alpen (ANP) Dat zegt directeur Oliver Schwarz van Ötztal Tourismus in het Oostenrijkse Sölden, waar jaarlijks de wereldbekerwedstrijden voor alpineskiën worden gehouden. ‘Alleen skigebieden die hun gasten sneeuwzekerheid kunnen bieden, zullen de concurrentie in de Alpen overleven’, stelt hij in een interview met Volkskrantreizen.

Volgens de non-gouvernementele organisatie CIPRA is voor een sneeuwlaag van 30 centimeter op een skipiste van 1 hectare minstens een miljoen liter water nodig. Kunstmatige besneeuwing van de bijna 24 duizend hectare piste in de Alpen vergt meer water dan het jaarverbruik van een stad met ruim 1,5 miljoen inwoners. Het stroomverbruik dat daarmee gepaard gaat, is gelijk aan dat van 150 duizend gezinnen in een heel jaar. Het maken van kunstsneeuw in de Alpen kost elk seizoen ongeveer 3 miljard euro, dat wordt opgebracht door toeristen en de lokale belastingbetalers.

‘Het is een misvatting dat kunstsneeuw op dezelfde manier in de natuur terugkeert als gewone sneeuw’, stelt hoogleraar hydrologie Carmen de Jong van de Franse Université de Savoie. Van het water dat aan de bergen wordt ontrokken voor kunstsneeuw, verdampt ongeveer 30 procent. Het komt uit meren, beken en bronnen. In toenemende mate wordt er ook grondwater voor gebruikt. ‘Het water in de Alpen wordt daardoor steeds schaarser.’

Door de opwarming van de aarde zal volgens De Jong steeds meer water nodig zijn om sneeuwzekerheid te garanderen. Door de klimaatverandering is de temperatuur in de Alpen sinds 1970 met 1,5°C gestegen. En met de stijging van elke graad Celsius schuift de sneeuwgrens zo’n 150 meter op naar boven.

Een gevolg van het grote aantal sneeuwkanonnen is dat het sneeuwseizoen steeds langer wordt opgerekt – het begint elk jaar eerder en eindigt later. Daardoor krijgen planten korter de tijd om tot bloei te komen en verarmt de vegetatie in de bergen, stelt voorzitter Joop Spijker van de Nederlandse Milieugroep Alpen. Ook dieren trekken weg: sneeuwkanonnen werken vooral ’s nachts, zodat de toerist er geen last van heeft. Maar door hun gebrom en de verlichting komen sneeuwhoenders, uilen, gemzen, sneeuwhazen en herten in skigebieden al veel minder voor dan tien jaar geleden.

bron:De Volkskrant

donderdag 18 september 2008

Pyreneeën in 2050 gletsjervrij?




Het afsmelten van de poolkappen en het landijs op Groenland is veel in het nieuws. Ook het afsmelten van gletsjers haalt vaak het nieuws. Maar van het in hoog tempo afsmelten en verdwijnen van de gletsjers in de Pyreneeën hoort men vrijwel nooit iets in de nieuwsbulletins. Toch lijkt het erop dat het gebergte binnen 50 jaar geen enkele gletsjer meer heeft.

De Pyreneeën vormen een hooggebergte dat zich uitstrekt over het grensgebied tussen Spanje en Frankrijk. De hoogste berg, de Pico de Aneto, bevind zich op 3404 meter hoogte in het Maladeta massief, gelegen in het noorden van Spanje. Rondom deze bergtop ligt de grootste gletsjer van de Pyreneeën, welke gelijk ook de meest zuidelijke gletsjer van Europa is.

Gletsjers veelal onbekend

Het gebergte is erg populair bij wandelaars en bergbeklimmers. Maar veel mensen weten eigenlijk weinig over de aanwezigheid van gletsjers in dit gebied. Dat is ook niet zo gek, want veel ijstongen liggen er niet in het gebergte. Momenteel bevinden zich 21 gletsjers in het gebergte. Daarvan liggen er elf op Frans grondgebied en tien op Spaanse bodem. Het totale gletsjeroppervlak bedraagt momenteel 450 hectare.

Onderzoekers van de universiteit van Cantabria hebben onderzoek gedaan naar de huidige situatie in de Pyreneeën, de Sierra Nevada en de Picos de Europa. Daarin hebben zij gekeken naar de effecten van klimaatsverandering op gletsjers sinds de kleine ijstijd, die plaatsvond van 1300 tot 1860.

Klimaatsverandering ook in de bergen merkbaar

Een korte terugblik: Vrijwel alle gletsjers in het gebied zijn ontstaan tijden de kleine ijstijd. Volgens metingen was de koudste periode tussen 1645 en 1710. In deze periode bevonden zich ook de meeste gletsjers in het hooggebergte. Tussen 1750 en het begin van de 19e eeuw gingen de gletsjers achteruit. Een nieuwe koude periode zorgde voor enig herstel van de ijstongen.

Sinds die periode zijn ook in de Pyreneeën de gevolgen van globale klimaatsverandering zichtbaar. Sinds de laatste koude periode zijn de temperaturen in de bergen van Noord-Spanje met 0,7 tot 0,9 graden gestegen.

Al meer dan de helft is gesmolten

Volgens het onderzoek van de Spaanse wetenschappers zijn er tussen 1880 en 1980 tenminste 94 gletsjers verdwenen in het gebergte. En dat is nog niet alles. Volgens berekeningen is er tussen 1990 en 2005 sprake van versnelde afsmelting. In die periode is 50 tot 60 % van het totale oppervlak aan ijs van de grootste gletsjers verdwenen.

Er wordt veel gesproken over de gevolgen van klimaatsverandering. Dat het krimpen en verdwijnen van gletsjers hier een duidelijk gevolg van is mag duidelijk zijn. Toch blijven de gevolgen niet beperkt tot het afsmelten van (land)ijs.

Zeespiegelstijging

Het water dat vrijkomt bij het smelten van gletsjers wordt via de rivieren afgevoerd naar zee. In het geval van de Pyreneeën wordt het smeltwater zowel naar de Middellandse Zee als de Golf van Biskaje in de Atlantische Oceaan afgevoerd. Op het moment dat het afsmelten van gletsjers in een stroomversnelling raakt, krijgen de rivieren extra water te verwerken, wat kan leiden tot overstromingen.

Maar dat is nog niet alles. Het is alom bekend dat door het afsmelten van gletsjers de zeespiegel een flink stuk kan stijgen. Overstroming van bepaalde gebieden vormt hierdoor een reëel gevaar. Maar er zijn op de langere termijn nog meer gevolgen. Als de gletsjers eenmaal zijn afgesmolten wordt er uiteindelijk minder (smelt)water afgevoerd door de rivieren. Hierdoor kunnen gebieden rondom de rivieren geconfronteerd worden met een tekort aan water.

Bronnen: Science Daily, noordspanje.be, Meteo Consult.

Foto's :
archief Meteo Consult.

maandag 1 september 2008

Zoek de verschillen: Tirol vs. Zuid-Tirol


[EUROPA] Na de Eerste Wereldoorlog komt Zuid-Tirol bij Italië en blijft het deel ten noorden van de Brennerpas bij Oostenrijk.
Betekent dit dat Zuid-Tirol dus gewoon een stukje Tirol in Italië is?

Tirol versus Zuid-Tirol, de verschillen:

1. DE TAAL
Waar in Tirol Duits wordt gesproken, regeert in Zuid-Tirol een mengeling van talen. In de noordelijke dalen is Duits de voertaal, maar hoe verder je afzakt naar het zuiden, hoe Italiaanser het wordt. Een minderheid spreekt nog Ladinisch, ooit de voertaal in bijna de hele Alpen, maar nu een taal met een beschermde status.

2. DE HEIMAT
Tirolers zijn trots op Tirol, Zuid-Tirolers op Zuid-Tirol. Alleen is de binding ten zuiden van de Brennerpas nóg groter. Tijdens de fascistische periode werd Zuid-Tirol de Italiaanse cultuur opgedrongen. Duits mocht zelfs niet op grafzerken worden gebruikt. Uiteraard zorgde dit voor fel verzet, dat in de jaren '60 nog tot een hoogtepunt kwam. Na toekenning van verregaande autonomie is de lucht geklaard.

3. HET LANDSCHAP
Waar Tirol wordt gedomineerd door de hoofdkam van de Alpen, vind je in Zuid-Tirol een zeer gevarieerd berglandschap. Vanaf de hoogste toppen in het Ahrntal kijk je naar het noorden uit op drieduizenders van hard gesteente, terwijl in het zuiden de grillige pieken van de Dolomieten liggen.

4. GEMÜTLICHKEIT
Zuid-Tirol is niet de plek voor dijenkletserfeestmuziek. Gemütlichkeit staat er voor uitgebreid tafelen of borrelen in een mooie wijnbar. Echt Italië, dus. Voor meer vertier ben je in Tirol beter af.

5. DE KEUKEN
In Zuid-Tirol spelen eten en drinken een belangrijker rol dan in Tirol. Met als gevolg dat er een zalige mix is van stevige bergkost en verfijnde Italiaanse gerechten. De klasse van de Zuid-Tiroolse keuken resulteert in tal van sterrenrestaurants én eenvoudige berghutten waar je uitstekend kunt eten voor een schappelijke prijs.

Gletsjers smelten verder aan recordtempo


Wereldwijd smelten de gletsjers sinds het begin van deze eeuw aan een recordtempo. Dat blijkt uit een studie die vandaag bekendgemaakt werd in de marge van een bijeenkomst van klimaatexperts van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in het Zwitserse Genève.

Recordverliezen

Zo werden in 2006 recordverliezen opgetekend. "Als deze tendens aanhoudt en de regeringen geen akkoord bereiken over nieuwe maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken in Kopenhagen in 2009, dan is het mogelijk dat in vele bergregio's de gletsjers verdwijnen in de loop van de eeuw", waarschuwt het rapport.

Smeltritme
Het jaarlijkse gemiddelde "smeltritme" van de gletsjers is verdubbeld aan de eeuwwisseling, aldus het rapport. En dat in vergelijking met de twee voorgaande decennia. In die periode was er ook al sprake van een versnelde smelting. Het "smeltrecord" dat in 1998 opgetekend werd werd sindsdien al drie keer overschreden: in 2003, 2004 en 2006. Het verlies van 2004 en 2006 was bijna het dubbele dan dat van 1998.

35 procent
Het jaarlijkse gemiddelde verlies van een halve meter (per gletsjers) dat in het decennium 1996-2005 opgetekend werd, is goed voor twee keer het verlies van het voorgaande decennium (1986-1995) en vier maal het verlies van de periode 1976-1985, aldus de studie. In de Alpen kromp de ijsbedekking tussen 1850 en de jaren zeventig met ongeveer 35 procent. Vanaf de jaren zeventig tot 2000 was er een bijkomende afname van 22 procent. In het warme jaar 2003 was er een verlies tussen de 5 en 10 procent.

Zoetwatervoorraden
In het rapport beklemtonen de experts dat de zoetwatervoorraden voor miljoenen mensen bedreigd zijn. Ze willen daarom de huidige maatregelen versterken omdat die nu in vele gebieden zoals in de poolgebieden en in Centraal-Azië ontoereikend zijn.
bron:De Morgen (belga/kh)

zondag 10 augustus 2008

Nederlandse toerist verdronken in Italie


PIEVE DI LEDRO - De 18-jarige Nick van Elswijk uit Haarlem is vrijdag verdronken in het Ledromeer in Noord-Italië. De Italiaanse politie vermoedt dat hij tijdens het zwemmen is getroffen door een aanval van epilepsie. Zijn tweelingzusje Cynthia was getuige van het incident.
afbeelding vergroten
Het noodlottige incident deed zich voor bij de zeilschool van Pieve di Ledro, waar Nick sinds twee weken met zijn ouders en broer en zus met vakantie was. Het Ledromeer is een betrekkelijk klein meer op korte afstand van het Gardameer. Hoewel Nick goed kon zwemmen, gebruikte hij volgens de carabinieri een zwemband omdat bekend was dat hij epileptische aanvallen kon krijgen.

Toen hij tijdens het zwemmen in problemen raakte, rende zijn tweelingzusje wanhopig het water uit, naar het vakantiehuisje op vijftig meter van het strand, waar haar ouders verbleven. Meteen begon een zoektocht naar de jongen, onder anderen door een vijftal instructeurs van de zeilschool. Na een half uur hadden zij nog geen spoor gevonden, waarna het zoeken werd overgenomen door duikers van de brandweer. Zij vonden het lichaam niet ver van de plaats waar Nick onder water was verdwenen, op een diepte van elf meter. Het medisch noodteam van een inmiddels gearriveerde traumahelikopter kon niets meer voor de jongen doen.

De burgemeester van Pieve di Ledro, Giuliano Pellegrini, spreekt van een vreselijk ongeluk. ,,Vermoedelijk is de arme knul onverwacht iets overkomen. Het water was niet koud, 24 graden.’’

Volgens de plaatselijke krant Trentino zijn de afgelopen acht jaar negen toeristen omgekomen door verdrinking in de omgeving van het Gardameer, onder wie een andere Nederlander.

Bron:AD.nl