donderdag 24 januari 2008

Grootste indoorskipiste ter wereld opent in 2010 in Lessen (Belgie)


Geschreven door Christiaan van Westing,www.berggeit.nl


Ten laatste in september 2010 opent de grootste indoorskipiste van de wereld, Snow Games, haar deuren in Lessen. Aan dit complex hangt een prijskaartje van 94 miljoen euro. Dat zei Jean-Luc Roisin, woordvoerder van het prestigieuze project, tijdens de bekendmaking van de plannen vanavond in Aalst.

Steengroeve
In 1997 besloot architect Jean-Marc Wellens uit Aalst om in een verlaten steengroeve in Lessen (in Henegouwen) een grote skipiste te bouwen met een oppervlakte van maar liefst 100.000 vierkante meter. De piste wordt daarmee drie keer groter dan de befaamde skipiste Snow World in het Nederlandse Landgraaf.

2010
Het project kende eerst wat tegenwind, maar de opening van het wintercomplex tussen Kerstmis 2009 en september 2010 zou nu gegarandeerd zijn. Als de papiermolen voorspoedig verloopt, hoopt men om in juni de steengroeve al te kunnen leegpompen.

650.000 bezoekers
Het grootschalige project zou op termijn werk verschaffen aan 300 mensen. Het eerste jaar wordt op 650.000 bezoekers gegokt, voornamelijk uit België, Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Op drie jaar tijd hopen de projectleiders het aantal skifanaten op te drijven tot bijna 1,2 miljoen. Om rendabel te zijn, moeten jaarlijks 520.000 mensen in Lessen gaan skiën. Gemiddeld zouden 1.850 tot 1.900 sneeuwliefhebbers tegelijk toegelaten worden in het complex, wat overeenkomt met 50 vierkante meter per persoon. Tijdens de piekmomenten, in de weekends en vakantieperiodes, beoogt het bestuur een dagelijkse capaciteit van 9.070 bezoekers.

Dak
De skipiste zou in de steengroeve ingebouwd worden op hellingen van meer dan 80 meter hoog en 800 meter lang. Maar het meest spectaculaire zal het dak zijn dat de grote afstand moet overbruggen. "Het dak zal met behulp van luchtdruk en kabels die aan de rotsen worden vastgemaakt, boven het geheel zweven", gaf Roisin mee. Het dak, van Hongaarse makelij, weegt zo'n 15 kilo per vierkante meter. (belga/ka)

Bron: hln.be

zaterdag 19 januari 2008

Obstakels op de vakantieroute


Je kunt 's zomers de meeste tunnels in Europa vermijden, maar dat is vaak lastig en het kost meer tijd. En er is veel veranderd sinds 1999, toen 39 doden vielen in de Mont Blanctunnel. Wat voor obstakels komen we tegen op weg naar het zuiden?

Sinds de tunnelbranden in 1999. staat het onderwerp in Europa op de kaart, zegt Arnoud Broekhuis, hoofd reisinformatie van de ANWB. ''We zijn ons bewust geworden van de risico's, er zijn veiligheidseisen gesteld, we geven tunneltips en er worden elk jaar door EuroTap zo'n vijftig tunnels getest.''

Zaken die dan worden onderzocht, zijn onder meer brandbeveiliging, verkeersbewaking, communicatie, vlucht- en reddingswegen, calamiteitenmanagement, luchtverversing en het tunnelsysteem zelf. Verder wordt gekeken naar de verkeersdrukte, en het aantal pechgevallen en ongelukken.

Op basis van de test krijgt de beheerder aanbevelingen, die echter vrijblijvend zijn. ''Bij een negatief resultaat wordt de automobilist niet geadviseerd de tunnel niet te gebruiken, maar de tunnel(beheerder) wordt publiekelijk wel aan de schandpaal genageld,'' aldus Broekhuis.

Zo kregen Italië en Noorwegen dit jaar onderuit de zak. Van de vier onderzochte tunnels in Italië bleken drie ronduit slecht en één redelijk. In Noorwegen kregen drie van de vijf geteste tunnels het predicaat slecht en twee goed. Bij de test bleek scoorde twintig procent van de 51 tunnels onder de maat. Opvallend is dat Italië steeds slecht presteert.

Broekhuis: ''Maar het grootste risico vormt het gedrag van de automobilist. In 95 procent van de gevallen is het de weggebruiker die een probleem veroorzaakt.''

Wat betreft de tunnels op de doorgaande noord-zuidroute door Oostenrijk en Zwitserland komt Broekhuis met de geruststellende mededeling dat deze 'veilig' zijn. Wat niet wegneemt dat iemand met tunnelangst toch voor de pas moet kiezen, een soms erg lange omweg moet maken of er beter aan doet te vliegen.

Per trein is geen alternatief, want er zijn niet alleen ettelijke (lange) treintunnels, maar deze worden bovendien door EuroTap niet onderzocht.

De ANWB biedt een overzicht van tientallen tunnels, per land gerangschikt. Zie www.anwb.nl. Helaas wordt bij matige testresultaten niet de reden vermeld. Wil je de complete tests uit 2005, 2006 en 2007 raadplegen, tik dan 'tunneltest' in.

San Bernardinotunnel
Wie op de A13 in Zwitserland naar Italië rijdt, komt bij Thusis de Crapteigtunnel tegen (1996, 2,1 km), met één buis, die in de test van 2000 de score 'twijfelachtig' kreeg. De langste tunnel in dit traject, de San Bernardino uit 1967 bij het gelijknamige plaatsje - 6,6 km lang, één buis - kreeg in 1999 de waardering 'onvoldoende'.
Alternatieve route: eigenlijk is die er niet. Je kunt bij Chur via de N3 naar het zuiden (Lenzerheidepas) maar veel schiet je daar niet mee op. En de San Bernardinopas (1626 meter) wordt door de ANWB afgeraden voor caravans.
San Bernardinotunnel
Mont Blanctunnel
Ook de Mont Blanctunnel (1965, heropend in 2002 na de brand in 1999), in de A5/A40 tussen het Franse Chamonix en het Italiaanse Courmayeur, scoort 'zeer goed' (test 2002). Eén tunnelbuis en een lengte van 11,6 km.
Alternatieve route: is er eigenlijk niet, want via de A9 kom je ook tunnels tegen en over de Kleine St. Berhardpas (2188 m, ervaren caravanners) rijden, is wel heel erg om.

Mont Chemintunnel

Via de A9 in Zwitserland langs het Meer van Genève naar Italië kom je nabij Martigny door de Mont Chemintunnel (1993, 1,7 km en 'voldoende' getest in 2007), maar verderop vooral door de 5,7 km lange Grote St. Bernhardtunnel, met bouwjaar 1964 de oudste in dit overzicht. Deze tunnel, met één buis, kreeg dit jaar het predicaat 'voldoende'.
Alternatieve route: over de pas (2469 meter), waar volgens de ANWB alleen ervaren chauffeurs met een caravan e.d. overheen kunnen.

Mont Blanctunnel en Mont Chemintunnel
St. Gotthardtunnel

In Zwitserland bevindt zich in de A2 nabij Andermatt de langste doorgaande tunnel in de noord-zuidroute: de Gotthardtunnel uit 1980, 16,9 km lang, met één tunnelbuis. Bij de test in 2002 kreeg deze tunnel het stempel 'voldoende'. Een kilometer of dertig eerder ligt, nabij Altdorf, de Seelisbergtunnel (1980). Met twee tunnelbuizen kreeg deze 9,2 km lange tunnel dit jaar het predicaat 'zeer goed'.
Alternatieve route: voor Seelisberg aan de andere kant van het Vierwoudstedenmeer, voor de Gotthard via de pas. (ANWB: alleen ervaren caravanners).

Tauerntunnel

De A10 in Oostenrijk tussen Salzburg en Villach kan iemand met tunnelangst ook beter mijden. Drie redelijk lange tunnels kom je tegen: de Oswaldiberg- (1988, 4,3 km), de Katschberg- (1974, 5,4 km, tol) en de Tauerntunnel (1975, 6,4 km, tol). Oswaldiberg, met twee tunnelbuizen, scoorde in 2006 'goed', Katschberg (1974), één tunnelbuis, kreeg in 2002 'voldoende' en de Tauern, eveneens één buis, had in 2000 een voldoende.
Alternatieve route: bij Radstadt via de N99, Radstädter Tauernstrasse. Het eerste deel wordt voor caravans ontraden, het laatste stukje over de Katschbergpas is zelfs verboden voor caravan, vouwwagen of aanhanger.


Karawankentunnel

De 7,9 km lange Karawankentunnel (bouwjaar 1991, tolheffing) verbindt het Oostenrijkse Villach over de A11 en A2 met het Sloveense Ljubljana. Het is een éénbuistunnel met twee rijstroken, dus je hebt tegenliggers. In de internationale tunneltest (2005) scoorde Karawanken een 'voldoende'.
Alternatieve route: van Villach via de A2 naar Tarviso (korte tunnel) in Italië en dan via de N54 naar Slovenië (Podkoren en verder).

bron:Het parool

woensdag 16 januari 2008

Adolf Hitler dwong Garmisch en Partenkirchen samen te gaan


Door Jan van Mersbergen

Op nieuwjaarsdag is traditioneel één van de mooiste kijksporten op de buis: schansspringen. Iedere eerste januari doen de schansspringers Garmisch-Partenkirchen aan. Voor 1935 waren dit twee aparte plaatsjes: Garmisch en Partenkirchen. Nu gebeurt het wel vaker dat dorpjes samengevoegd worden, maar niet omdat er een Olympische Spelen gehouden moet gaan worden, en al helemaal niet onder druk van Adolf Hitler persoonlijk.

Garmisch en Partenkirchen hebben, afzonderlijk van elkaar, een lange geschiedenis. Partenkirchen dankt zijn naam aan de ligging: de weg die in de Romeinse tijd Italië met Duitsland verbond, de Via Claudia Augusta, gaat door Partenkirchen. In de Romeinse tijd heette het plaatsje Partanum. Garmisch heeft een verleden dat terug gaat naar de vroege Middeleeuwen, het werd in het jaar 802 erkend.

Nu vermeldt de website van Garmisch-Partenkirchen in maar liefst dertien talen, waaronder Russisch, Zweeds, Portugees en Chinees, een bondige geschiedenis van deze plaats, echter die stopt bij de totstandkoming van de treinverbinding met de Beierse hoofdstad München, waarna het toerisme kon gaan bloeien. Geen woord over de Olympische Spelen en ook niet over Hitler.

Symbool voor Duitse eenheid

Toen de Olympische Spelen van 1936 in Duitsland gehouden moest gaan worden (de Zomerspelen in Berlijn, de Winterspelen in Beieren) werd er vanuit de partij van Hitler, de NSDAP, druk uitgeoefend op de beide gemeentebesturen om tot één plaats te komen: Garmisch-Partenkirchen.

Het ging niet zozeer om deze twee plaatsen, het ging om het aanzien van het Derde Rijk. Garmisch-Partenkirchen werd een demonstratieproject van de Nazi's. Volgens Alois Schartzmueller moesten de twee plaatsen samen de groot-Duitse eenheid weerspiegelen. Ze stonden symbool voor 'innere Geschlossenheit, Kraft, Stärke und Größe des neuen Reiches'.

Trotse plaatsjes met een geschiedenis van honderden jaren laten zich niet zo gemakkelijk samenvoegen, zou je zeggen. Die gaan protesteren. Want in beide plaatsjes zagen ze het al aankomen: De afzonderlijke identiteit zou verloren gaan en een van de plaatsen zou het meest bekend worden. Dat kwam uit. We kennen het schansspringen toch vooral als 'Garmisch'. Meer dan van 'Partenkirchen' in ieder geval.

'Halt`s Maul, sonst kommst nach Dachau'

Die protesten kwamen er, ook van de gemeentebesturen. In de kranten, door de Nazi's gecontroleerd, werd het over een ander boeg gegooid. Beide plaatsjes zijn van oorsprong marktplaatsen en in de berichten kwam naar voren dat de gemeentebesturen wel handel zagen in de nieuwe situatie: hen werd beloofd dat de toeristen toe zouden stromen. Ook dat kwam uit. De bestuurlijke protesten gingen in de berichtgeving voornamelijk over waar de gemeenteraad moest zetelen. Daar kwam men wel uit.

Het gros van de bevolking dacht er anders over. De gemeentebesturen waren in hun ogen marionetten van het Rijk. In dit geval: Het Derde Rijk. Wat echter achter de schermen speelde was een inofficiële verordening van Hitler naar de gemeentebesturen: 'Halt`s Maul, sonst kommst nach Dachau.'

We hebben het over 1935 en dat lijkt in het licht van concentratiekampen vroeg, maar Dachau was het eerste Duitse concentratiekamp. Het werd in 1933 in gebruik genomen. Het werd gebouwd in een overtollig geworden kruitfabriek. Dachau ligt ook in Beieren, vlakbij München.

Door te dreigen met kamp Dachau drukte Hitler zijn plan door. Tegelijkertijd geeft het aan dat de kampen in Duitsland al in de beginjaren van de Nazi's bekend waren. Geen: 'Ich habe es nicht gewußt' dus.

Garmisch-Partenkirchen werd één plaats, de Olympische Spelen van 1936 - de vierde Winterspelen - werden door Hitler geopend en de maand februari van dat jaar stond in het teken van propaganda voor het groot-Duitse Rijk.

Het werden bescheiden Spelen met 28 deelnemende landen en een beperkt aantal wintersporten: bobsleeën, schaatsen en kunstrijden, ijshockey, schansspringen, Alpine skiën, langlaufen en de Noordse combinatie.

Van de toenmalige IOC voorzitter Graaf Baillet-Latour moest de organisatie de borden 'Verboden voor Joden' laten verwijderen. Dat gebeurde. Het is de vraag of die borden niet beter hadden kunnen blijven staan, dan kon in 1936 de wereld zien hoe het er in Duitsland aan toe ging. Voor zover nog niet bekend, want informatie over anti-Joodse wetten sijpelde elders in Europa wel door.

bron:Sportgeschiedenis.nl

dinsdag 15 januari 2008

Dode en vermisten na lawine in Italiaanse Alpen


In de Italiaanse Alpen heeft een lawine vanavond toeristen verrast op de berg Maniva bij Brescia. De sneeuwmassa bulderde naar beneden op een groep van twaalf wintersporters, die op weg was met sneeuwscooters.

Volgens de eerste berichten zijn er een dode en zes gewonden gevallen en worden vijf personen vermist. Zes mensen overleefden de lawine. Ze werden met verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.

De lawine deed zich voor rond 17.00 uur, zei de brandweer van Brescia. De nationaliteit van de slachtoffers is nog niet bekend.

Bron:De Morgen

zondag 13 januari 2008

Bjoern Einar Romoeren doet het met één skilat!

In Predazzo (Val di Fiemme) gaan momenteel de Wereldbekerwedstrijden door voor het schansspringen.
Zo nu en dan durft het al eens mis te lopen!
Dat mocht Bjoern Einar Romoeren aan den lijve ondervinden!


vrijdag 11 januari 2008

Oorlog in de rotsen


Negentig jaar later worden de alpiene loopgraven hersteld met Europese steun.

door Nicolien Zuijdgeest op donderdag 28 juni 2007
Italië op zaterdag 17 juli 2004


Vier handgranaten gingen mee per rugzak. Het beloofde een spannende klimtocht te worden voor berggids Sepp Innerkofler en zijn maten. Die bewuste ochtend van zondag 4 juli 1915 was het nog donker, toen de Oostenrijkers aan de beklimming van de noordwand van de Paternkofel begonnen. De mannen droegen de geweren op de rug, een klimtouw gebruikten ze niet. Wanneer iemand naar beneden zou storten, liepen de anderen geen kans te worden meegesleurd. Het doel was de Italianen van de 2744 meter hoge Paternkofel te verjagen.

Het was oorlogstijd. De Oostenrijkse keizer Franz Josef I was in de zomer van 1914 tegen Servië ten strijde getrokken als wraak voor de moord op zijn neef. Hij zou de Serven een lesje leren, de Oostenrijkse rekruten verheugden zich op slivovitsj en Servische gebakjes. Pas een jaar later drong de ernst van de oorlog tot hen door. Italië zegde op 23 mei 1915 zijn bondgenootschap met Oostenrijk en Duitsland op en sloot zich aan bij Frankrijk, Engeland en Rusland - en viel Oostenrijk aan. De Eerste Wereldoorlog had de Südtiroler Dolomieten bereikt.

De Italianen stonden aan de Oostenrijkse grens, terwijl de Oostenrijkse manschappen ver van het vaderland gelegerd waren voor de strijd tegen de Russen. In de blauwgroene dalen van de Dolomieten waren alleen nog jonge jongens en oude mannen, die onder de wapenen konden worden geroepen.

Ook de 54-jarige berggids Sepp Innerkofler had zich aangemeld bij de burgerweer. Hij kende de bergen op zijn duimpje, had talloze eerstbeklimmingen op zijn naam staan en kreeg met collegagidsen opdracht te verhinderen dat de vijand in het grensgebied van de Drei Zinnen en Paternkofel strategische stellingen bezette.

Sepps mannen trokken van bergtop naar bergtop. Het gebrek aan mankracht verbloemden ze met bluf. Boven in de sneeuw schoten ze hun geweren leeg richting de vijand om hen te laten geloven dat de berg in Tiroolse handen was. En terwijl de vijand die top onder vuur nam, waren de gidsen alweer onderweg naar een volgende berg om de vijand daar vandaan voor de gek te houden. Zo kreeg Sepps team de bijnaam 'Vliegende Patrouille'.

Op 4 juli 1915 was de Paternkofel al een paar weken in Italiaanse handen. De berg was van strategisch belang. Wie de berg in handen had, had zicht over drie dalen. De Vliegende Patrouille wilde hem heroveren. In de schemer begonnen Sepps mannen aan de beklimming van de noordwand, bedekt met bevroren sneeuw. De rotsen waren zo koud, dat de mannen het steen nauwelijks konden vasthouden. Hun strijdmakkers leidden de aandacht van de Italianen af door de Paternkofel vanaf de tegenoverliggende berg te bestoken met spervuur. De schilfers vlogen van de rotswand, de kogels floten om de oren. Vanaf de Drei Zinnen antwoordden Italiaanse machinegeweren.

Vlak onder top zocht de patrouille dekking. Eén man wuifde met de gele vlag, ten teken dat het spervuur moest stoppen. Sepp stelde zijn handgranaten scherp en klom naar de top. Hij zwaaide met alle kracht een handgranaat richting de Italiaanse post. Een explosie bleef uit, stilte overheerste. Sepp gooide een tweede, een derde en een vierde handgranaat, maar er volgde geen ontploffing. Sepp verstijfde van schrik. Voor zijn maat hem nieuwe handgranaten kon aanreiken, slingerde een Italiaanse Alpinisoldaat een rotsblok de diepte in. Sepp werd meegesleurd en stortte in het ravijn. Vanaf de Paternsattel had de Italiaanse officier en bergbeklimmer Antonio Berti het schouwspel door zijn verrekijker gevolgd en schreef: 'We voelden instinctief dat die Tiroler de legendarische Sepp Innerkofler moest zijn geweest, de grote gids der Dolomieten. We buigen voor deze heldendaad, die over alle nationale grenzen heen de bergen een eresaluut bracht.'

'Auwa, mein Kopf!' 'Alles klar?' 'Jawohl.'

Een Oostenrijker in houthakkershemd wrijft over zijn hoofd en kijkt verongelijkt naar het plafond van de oorlogstunnel van de Monte Paterno, Italiaans voor Paternkofel. De 400 meter lange tunnel loopt dwars door de graat naar de voet van de berg en wordt gestut met dikke balken. Hogerop in het duister is het schijnsel van de zaklantaarn van zijn maat zichtbaar. Bijna negentig jaar na dato is de Monte Paterno nog steeds in Italiaanse handen en verworden tot een geliefde uitdaging voor klettersteigerliefhebbers en klimmers.

Jaarlijks bezoeken 62 duizend toeristen het gebied Alto Adige (Zuid-Tirol).de Dolomieten in Noordoost-Italië. De meesten komen niet voor het klimmen of de klettersteigs, maar voor de natuur. Paus Johannes Paulus II zweert bij de gezonde berglucht en is er jaarlijks te vinden. Doordat de Dolomieten zijn goed ontsloten met skiliftjes, is wandelen op elk niveau mogelijk. In het hart ligt Cortina d'Ampezzo, een lieflijk bergdorp dat na de Eerste Wereldoorlog werd ontdekt als wintersportoord. Inmiddels is het een mondaine plaats waar de elite de laatste wintermode showt.

De tunnel komt uit bij het begin van de Noordnoordwestgraad, de route die Innerkofler klom op de bewuste 4 juli 1915. De vensters in de tunnel bieden uitzicht op Sepps lievelingsberg, de Kleine Zinne, de Cima Piccola di Lavaredo. Als de klettersteig begint, slaan we rechtsaf naar het begin van de route. De eerste touwlengte bestaat uit losse stenen en gruis. Na de tweede wordt de rots compacter. De passages zijn luchtig, plaat-en graatklimmen wisselen elkaar af. Toch is het knap dat de Vliegende Patrouille deze route klom op zware bergschoenen, met militaire bepakking en zonder touw.

Een mooie plaat voert uiteindelijk naar de topgraat. Hier ergens moet Sepp in een holte zijn handgranaten scherp hebben gesteld en de dood in de ogen hebben gezien. Houten balken en dik prikkeldraad zijn overblijfselen van de Italiaanse stelling die ooit op de top stond. Naar goed Italiaans gebruik siert een Mariabeeldje die plek. De avondzon geeft de koperen herdenkingsplaat -Hier fiel für seine Heimat Sepp Innerkofler -een gouden gloed.

De wereldberoemde Tre Cime di Lavaredo liggen er verlaten bij. De avond valt, de touristenbussen zijn weg. De drie toppen zijn uitgegroeid tot iconen van de toeristenindustrie in de Dolomieten. In de Eerste Wereldoorlog sneed de frontlinie dwars door de Monte Paterno, over de Tre Cime naar de Marmolada. De zuidwanden van de Tre Cime, boordevol gapende vensters en gangenstelsels, herinneren eraan.

Op verschillende niveaus doorklieven gangenstelsels de berg en waken half ingestorte schuttersputjes over strategische posities. Rollen prikkeldraad en dikke wijnglasscherven vormen de oorlogssouvenirs. Op een aangrenzende satelliettop staat ter nagedachtenis een gietijzeren kruis met de helm van een Alpinisoldaat.

'Het toerisme in de Dolomieten moet een nieuwe impuls krijgen', zegt Silvio Basso. 'Oorlogstoerisme. De Dolomieten zijn één groot openluchtmuseum.' De krasse 76-jarige Italiaan staat op de top van de Hexenstein (2477 meter) en wijst naar de tegenoverliggende berg Lagazuoi (2752 meter). 'De strijd om die berg was gekkenwerk. Oostenrijkers zaten op de top, de Italianen 250 meter lager. De Oostenrijkers probeerden de Italianen te verdrijven door berggidsen, al abseilend rolbommen met gifgas en granaten met traangas de helling af te laten gooien.

'Toen die acties geen nut hadden, gingen ze in het geheim tunnels graven om de Italianen weg te blazen. Met behulp van geofonen ontdekten de Italianen de graafacties. Vervolgens zijn de Italianen in alle haast een tunnel gaan uithakken, die door de Oostenrijkers werd ontdekt en op hun beurt een nieuwe tunnel annex springkamer groeven. Die springkamer bevatte een nauwkeurig uitgerekende hoeveelheid explosieven om de halve bergwand én de vijandige stellingen mee op te blazen. De Oostenrijkers hebben de Italianen tot tweemaal toe opgeblazen, daarna bliezen de Italianen de Oostenrijkers van de voortop.'

Twee imposante lawinekegels en gapende vensters in de steile rotswand herinneren aan het explosieve verleden. 'Overal in de Dolomieten vind je dergelijke oorlogssouvenirs', zegt Basso. Hij wijst naar een bergkam in het zuidwesten. 'Voor de oorlog was die bergrug recht. Door explosies zijn er twee kommen ingeslagen.'

Sinds 1998 zijn Italië en Oostenrijk actief om het erfgoed uit de Eerste Wereldoorlog in de Dolomieten rondom de Lagazuoi te restaureren met financiële steun van de Europese Gemeenschap. Het kilometerslange tunnelcomplex van de Lagazuoi is toegankelijk voor bezoekers, die met helmen en zaklantaarns in het binnenste van de berg de avonturen en ontberingen van de soldaten kunnen ervaren middels interactieve voorlichting, loopgraven, schuttersputjes en barakken.

Basso is actief betrokken bij de restauratiewerkzaamheden op de Hexenstein. Hij leidt zijn bezoek langs en door de loopgraaf, die vanaf de top naar het fort beneden loopt. Een tiental mannen in korte broek met bierbuik werkt er met houwelen en scheppen aan herstel. 'Wij zijn vrijwilligers van de Italiaanse Alpini-vereniging en doen dit graag', zegt één, terwijl hij een fragment van een bom aanreikt. 'We kunnen alleen 's zomers werken, over vier jaar is het waarschijnlijk klaar.'

Südtirol is bijna negentig jaar Italiaans, maar de bevolking heeft haar eigengereide karakter nog niet verloren. Een 40-jarige naamgenoot van berggids Sepp in Cortina is er trots op: 'Wij Südtirolers voelen ons anders. Vroeger waren we Oostenrijkers. Nu leren we Duits, Italiaans, Ladinisch en zijn we blij een autonome provincie te zijn.'

Maar wat zou er gebeurd zijn als de granaten van Innerkofler wél waren ontploft. De Brit Peter Jones, beheerder van het begraafplaatsmonument voor gevallenen van de Eerste Wereldoorlog bij het Pordoi-joch, schiet in de lach. Hij antwoordt met een anekdote. 'Onlangs speelde de Südtiroler Blaaskapel hier in een dorpje. Een aantal muzikanten weigerde het Italiaanse volkslied te spelen. Stijfkoppen heb je overal. In de jaren zestig was de afkeer van Südtirolers van Italië logisch, omdat ze gediscrimineerd werden. Maar nu?'

Eerste bedwinger Mount Everest overleden


Avonturier Sir Edmund Hillary, de eerste persoon die de top van de Mount Everest bereikte, is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de Nieuw-Zeelandse premier Helen Clark vrijdag bekendgemaakt.

De Nieuw-Zeelander Hillary stond bekend als een van de grootste avonturiers van de twintigste eeuw, maar had ook de reputatie een bescheiden man te zijn. Hij werd het liefst Ed genoemd.

Een groot deel van zijn leven wijdde hij aan het helpen van de Nepalezen. Pas lang na het overlijden van zijn klimpartner Tenzing Norgay bekende Hillary dat hij op 29 mei 1953 als eerste de top bereikte. Clark noemde Hillary een legendarisch bergbeklimmer, avonturier en filantroop, en de bekendste Nieuw-Zeelander ooit.

Bron:Elsevier.nl